Dynamisatie : herhaald schudden of wrijven waarmee een verdunde remedie een
energielading krijgt die haar homeopathisch werkzaam maakt.
Gelijken : wet van de homeopathie die zegt dat de remedie moet worden gekozen op
grond van de zieke en van zijn reacties, niet van de ziekte. De remedie moet de
"afdruk" van de zieke zijn, aan hem "gelijk" zijn. Ze kan zo de
patiënt helpen om te reageren en om zijn gezondheidsproblemen te overwinnen.
Individualiteit : één van de belangrijkste wetten van de homeopathie, die inhoudt
dat de homeopathische behandeling wordt bepaald op grond van het individu in alles wat
uniek en specifiek aan hem is, en niet op grond van zijn ziekte.
Levenskracht : de kracht of de energie in ons lichaam die het leven geeft.
Oneindig kleine : de doorgedreven verdunningen van de homeopathische remedies
resulteren in uiterst geringe concentraties van de grondstof. Vanaf een bepaalde
verdunning bevat de remedie geen moleculen van de grondstof meer, maar blijft wel nog
energie vrij maken door de dynamisatie.
Simile : homeopathische remedie die zeer nauw aansluit bij het "profiel"
van de patiënt, en volstaat om zijn gezondheidstoestand aanzienlijk te verbeteren, zonder
daarom het evenwicht van de levenskracht - basisvoorwaarde voor een optimale gezondheid -
op lange termijn te herstellen.
Simillimum of Similimum : de unieke remedie die zo goed aan de persoon is aangepast
dat de toediening leidt tot volledige genezing of opzienbarende verbetering.
Symptoom : elk lichamelijk of geestelijk teken dat een patiënt kenmerkt en wijst
op een verstoring van zijn levenskracht.
Ziekteverschijnsel : algemene term voor alles wat de gezondheid verstoort.